INFO JAHRKREIS


‘Der Jahrkreis’ van Hugo Distler in Nederlandse vertaling
 

Tijdens een PKN-zangavond in mei 2010 heeft het Luthers Projectkoor in Utrecht enkele Nederlandstalige liedzettingen gezongen uit ‘Der Jahrkreis’ en daarmee deze uitgave van de Werkgroep officieel gepresenteerd aan kerkmuzikaal Nederland. Het idee om deze bundel van Hugo Distler in een Nederlandse vertaling uit te geven ontstond tijdens het Distlerjaar in 2008. Er werd voor gekozen om alleen die liedzettingen uit te geven waarvan in het Liedboek voor de Kerken een vertaling voorhanden was. Zo werd uit de bundel met 52 liedzettingen een lijst van 23 liederen geselecteerd, die zoals in het origineel, zijn gerangschikt naar het kerkelijk jaar.

Ontstaan ‘Der Jahrkreis’
Vrijwel direct bij zijn aanstelling als cantor-organist aan de St. Jakobi in Lübeck begon Distler met het componeren van eenvoudige 2- en 3-stemmige liedbewerkingen. Hij schreef deze composities voor het kinderkoor van de kerk, dat hij naast het volwassen kerkkoor in januari 1931 onder zijn hoede had gekregen. Reeds in september 1931 had hij 25 liedzettingen en liedmotetten gecomponeerd, in april 1933 verscheen de bundel met de in totaal 52 liedbewerkingen.
Het werken aan deze bundel betekende voor Distler meer dan alleen maar het uitgeven van wat nieuwe koormuziek. Voor hem werden deze korte zettingen en motetten een duidelijke kentering, een ‘Wendepunkt’ in zijn compositorische leven. Had hij eerder groots opgezette werken gecomponeerd, meer gericht op uiterlijk vertoon, werken in de stijl en sfeer van de Hoog-Romantiek, nu bemerkte hij dat het geheim van goede kerkmuziek is gelegen in het zich bescheiden en dienend opstellen t.o.v. de tekst en de liturgie. Hoe radicaal hij afrekende met dit verleden blijkt wel uit het feit dat hij de vele stapels, vergeelde en vooral zeer middelmatige koormuziek van rond 1900 letterlijk in brand stak.
Enkele jaren later schreef hij hierover: ‘Nu nog ervaar ik de grote ontzetting toen ik voor de eerste keer de koorkasten opende en de muziek bekeek: er was niets anders aanwezig dan de toen gebruikelijke en slechte koorliteratuur van rond de jaarwisseling: smakeloze, lege muziek, zoals wij die helaas vandaag de dag nog overal aantreffen. Ik mestte de kasten helemaal uit en verbrande al deze rommel’ (ich verbrannte den ganzen Plunder’).
Maar voor Distler werd deze verbranding ook een afrekening met zijn eigen compositorische verleden. Hij schrijft: ‘De muziek was wel verbrand maar er volgden nog meer offers. Eenmaal aan het werk verbrandde ik ook mijn eigen oude muzikale identiteit. Ik verbrandde ook de grote symfonische composities en de monstrueuze koorwerken. Bij het werken aan de eenvoudige liedzettingen van ‘Der Jahrkreis’ hadden deze vroegere composities voor mij iedere betekenis verloren. Ik weet niet welke van de twee ‘inquisities’ mij meer geluk hebben gebracht. Ondertussen groeide van zondag tot zondag de verzameling van deze functionele gebruiksmuziek en zo is ‘Der Jahrkreis’ voor mij waarlijk als een ‘Nothelfer’ geworden’.

Hugo Distler droeg de bundel (opus 5) op aan Axel Werner Kühl, pastor aan de St. Jakobi, met wie hij jarenlang op de meest prettige en inspirerende wijze heeft samengewerkt, ‘ter blijvende herinnering aan onze gemeenschappelijk arbeid’.
Aanvankelijk had Distler een tweedelige bundel voor ogen gestaan. Aan de ene kant eenvoudige liedzettingen, aan de andere kant de meer polyfone liedmotetten en vrije motetten. Uiteindelijk is het een bundel geworden met 52 liedbewerkingen, waarvan slechts zeven vrije motetten.
Distler zelf geeft enkele suggesties hoe men de overwegend korte stukken van ‘Der Jahrkreis’ tot omvangrijkere cycli kan verenigen: bij de 2- en 3-stemmige zettingen verkrijgt men een rondoachtig geheel door eerst de 3-, dan de 2- en tenslotte weer de 3-stemmige zetting te nemen. Op dezelfde wijze vormt men bij de uit een vocale- en een instrumentale bewerking bestaande nummers drieledige complexen. Voorts is het mogelijk door zinvolle combinaties van verschillende motetten volledige koraalmissen te maken.
In deze maanden componeerde Distler ook nog andere belangrijke werken waaronder het befaamde ‘Kammerkonzert für Cembalo und elf Soloinstrumente’ en de ‘Luthercantate’, die hij schreef ter gelegenheid van het 4e eeuwfeest van de reformatie van de stad Lübeck. In deze cantate (ook wel ‘Reformationskantate’ genoemd) zijn een aantal Lutherliederen verwerkt, waaronder ‘Ach Gott von Himmel sieh darein’, het lied dat een beslissende rol heeft gespeeld bij de overgang naar het Lutheranisme van Lübeck in 1531. Deze bewerking kreeg later een plaats in ‘Der Jahrkreis’. Zo werden ook ‘Nun komm der Heiden Heiland’ uit de ‘Kleine Adventsmusik’(opus 4) , ‘Christ der du bist der helle Tag’ uit de ‘Kleine Geistliche Abendmusik’ (opus 6,1), ‘Jesu, deine Passion’ uit de ‘Choralpassion’ (opus 7) en twee Pinksterliederen uit de ‘Pinksterkantate’ uit 1932 later in ‘Der Jahrkreis’ opgenomen.

Woord-toon-verhouding
Distler componeerde de muziek specifiek bij vers 1, al geeft hij aan dat de andere strofen ook op deze muziek gezongen kunnen worden, mits de woord-toon-verhouding niet al te zeer onder druk komt te staan. In de praktijk komt het er op neer dat die andere strofen eigenlijk niet of nauwelijks straffeloos onder de noten van vers 1 geplaatst kunnen worden, zo direct heeft Distler zich telkens laten leiden door de inhoud en betekenis van de tekst. Hoe zeer wij met dit probleem te maken hebben gehad bij het verwerken van de Nederlandse vertaling uit het Liedboek zullen wij hieronder kort uiteenzetten.
Zoals hierboven aangegeven slaat Distler met deze liedbewerkingen een heel nieuwe weg in. Hij zet zich af tegen de Romantiek en schrijft letterlijk verfrissende muziek, zoals zijn jonge koorleden met enthousiasme ervaren. De kinderen zongen zijn nieuwe muziek graag en hielpen Distler bij het overschrijven van de koorpartijen.
Distler brak radicaal met het verleden op verschillende fronten: hij componeerde met een nieuwe, haast instrumentaal gedachte ritmiek; hij introduceerde polymetriek, verschillende maatsoorten op hetzelfde moment; in plaats van de Romantische harmonische tweedeling Dur / Moll keert hij weer terug naar de oude kerktoonsoorten en schuwde daarbij felle dissonanten niet. Hij had veel aandacht voor de melodische lijnen, waarbinnen hij zeer precies de articulatietekens aanbracht. De enige constante in al deze vernieuwingen bleef de melodie van het kerklied, het centrum van de gemeente, het samenbindende liturgische element bij uitstek.
De omvang van de baspartij beperkte Distler bewust, zodat iedere koorleider, hetzij tenor of bas deze eventueel zelf solo zou kunnen zingen, een praktijk die Distler zelf veelvuldig heeft beoefend.

Verantwoording
Bij het plaatsen van de Nederlandse liedboektekst onder de noten van Distler hebben wij vele problemen ondervonden en telkens even zovele oplossingen moeten bedenken. Zoals Distler zeer bewust en consciëntieus met de tekst is omgegaan, zo precies hebben wij, in de geest van Distler, de Nederlandse woord-toon-verhouding willen respecteren en wijzigingen moeten aanbrengen in de muziek, daar waar dat noodzakelijk was. In onze uitgave is veel ruimte gemaakt voor een grondige verantwoording, wij zijn daar zeer uitgebreid op ingegaan. Hieronder twee voorbeelden ter illustratie.
Valt in het Duitse origineel bij ‘Allein Gott in der Höh sei Ehr’ het accent op de derde lettergreep ‘Gott’ en plaatst Distler daarom bewust een syncope op ‘Gott’, in de Nederlandse vertaling zou deze syncope op het lidwoord ‘den’ komen te liggen: ‘God in den hoog alleen zij eer’, hetgeen verre van fraai is. Om deze discrepantie te vermijden hebben wij de tweede kwartnoot in de sopraan en de alt veranderd in twee achtste noten, zodat de vierde lettergreep ‘hoog’ nu het muzikaal accent krijgt.

In de baspartij van ‘Erhalt uns Herr’ kon de muzikale ritmiek aan het eind van vers 1 niet meegenomen worden in de Nederlandse vertaling.

Die Jesum Christum deinen Sohn, wollen stürzen von deinem Thron (Distler)
Hij trok ten strijde om uw Zoon te stoten van uw hoge troon (Liedboek)


Bij Distler wordt het ‘stürzen’ fraai uitgebeeld door de dalende grote septiem bij ‘wollen stürzen’, waarbij ‘wollen’ op de hoge d begint en ‘stürzen’ een groot septiem lager op es.
Ook klopt de ritmisch woord-toon verhouding perfect in het Duits: ‘wollen stürzen’, hetgeen in het Nederlands verkeerde woordaccenten geeft: ‘te stoten van’. Om de woordaccenten weer acceptabel te maken werd de ritmiek veranderd, zonder dat de zo beeldende dalende septiem verloren zou gaan bij ‘stoten van uw hoge troon’. Ook namen wij de vrijheid om in de voorlaatste maat vier achtste noten te plaatsen i.p.v. twee kwartnoten, een stijlfiguur die we bij Distler regelmatig tegenkomen en zeker geen ‘Fremdkörper’ is.

Wij hopen dat onze Lutherse cantorijen en kerkkoren veelvuldig uit deze bundel zullen zingen, maar wij hopen evenzeer dat ook buiten onze Lutherse kring, in breder PKN-verband, deze muziek tot klinken zal komen.
De bundel is te bestellen bij de werkgroep en kost € 15.00.

Hans Jansen